ECLI:NL:CRVB:2020:917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellante maakte verzet tegen deze beslissing en stelde dat zij het griffierecht tweemaal had voldaan, waarbij zij een bewijs van een internetbetaling van €47,- aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid overlegde.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden leiden tot de conclusie dat zij niet in verzuim was geweest. Er was geen griffierecht ontvangen door de Raad, en mogelijk betrof het betaalde bedrag het griffierecht dat aan de rechtbank was voldaan, terwijl voor hoger beroep een afzonderlijk griffierecht vereist is.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier B.V.K. de Louw, en uitgesproken in het openbaar op 10 april 2020.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.