ECLI:NL:CRVB:2020:918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatst werkzaam als tuinbouwmedewerker, ontving sinds 2007 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2015 stelde het UWV vast dat appellant geschikt was voor drie functies met een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%, waarna de uitkering werd beëindigd per 2017.
Appellant maakte bezwaar en bracht medische rapporten in, waaronder van psychiaters en arbeidsdeskundigen. De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige die geen psychiatrische stoornis kon vaststellen, mede door het gebrek aan medewerking van appellant. De rechtbank oordeelde dat het UWV-besluit op een deugdelijke medische grondslag berustte en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, met name over de geschiktheid voor bepaalde functies. De Raad volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat appellant medisch geschikt was voor drie eenvoudige functies en dat het arbeidsongeschiktheidspercentage ongewijzigd bleef. Het verzoek om een nieuwe deskundige werd afgewezen. De Raad bevestigde het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%.