ECLI:NL:CRVB:2020:946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toeslag WIA-uitkering na afstand van Nederlandse nationaliteit en terugkeer naar Turkije
Appellant, die naast de Turkse ook de Nederlandse nationaliteit had, ontving vanaf 2007 een WIA-uitkering met toeslag. Na afstand van de Nederlandse nationaliteit in juli 2015 verhuisde hij met behoud van uitkering naar Turkije. Het UWV beëindigde de toeslag per 1 september 2015 op grond van artikel 4a van de Toeslagenwet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt was en zijn arbeidsmarktpositie niet definitief had verlaten, waardoor hij een verblijfsrecht in Nederland behield op grond van het associatierecht. Appellant stelde dat zijn aanspraken beoordeeld moesten worden aan de hand van het arrest Akdas c.s. van het Hof van Justitie.
De Centrale Raad van Beroep vroeg een prejudiciële beslissing aan het Hof van Justitie, dat bevestigde dat het associatierecht zich niet verzet tegen het beëindigen van toeslagen aan Turkse onderdanen die na afstand van de lidstaatnationaliteit terugkeren naar Turkije.
De Raad concludeert dat appellant op het moment van vertrek niet volledig arbeidsongeschikt was en een verblijfsrecht in Nederland had. Desondanks verzet het associatierecht zich niet tegen de nationale regeling die beëindiging van toeslag toestaat in deze situatie. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De toeslag op de WIA-uitkering is terecht beëindigd na afstand van de Nederlandse nationaliteit en terugkeer naar Turkije.