ECLI:NL:CRVB:2020:969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim en nevenwerkzaamheden tijdens ziekte
Appellante was sinds 2007 werkzaam bij een overheidsdienst en viel in 2012 uit wegens ziekte. In 2017 werd zij geconfronteerd met een vermoeden van plichtsverzuim, waaronder het houden van vakanties zonder verlof, het voeren van een nevenbedrijf zonder toestemming en het niet naleven van re-integratieverplichtingen. De minister legde haar daarop onvoorwaardelijk ontslag op.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond, onder meer op basis van onderzoek van Facebookaccounts en andere gegevens die aantonen dat appellante het bedrijf beheerde en vakanties hield zonder toestemming. De rechtbank oordeelde dat het plichtsverzuim ernstig was en het ontslag niet onevenredig.
In hoger beroep voerde appellante dezelfde gronden aan, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. De door appellante overgelegde e-mails en berichten veranderden niets aan de conclusie dat zij tijdens ziekte werkzaamheden verrichtte. Ook ontving de Raad geen nader bewijs dat het bedrijf op naam van haar zus stond.
De Raad bevestigde daarom het ontslagbesluit en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.