Uitspraak
18.6321 WSF
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante kreeg bij besluiten van november en december 2017 te veel studiefinanciering toegekend en een OV-schuld opgelegd omdat zij vanaf september 2017 niet officieel was ingeschreven bij een onderwijsinstelling. De minister verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en de rechtbank bevestigde dit oordeel. Appellante voerde aan dat zij niet bewust was uitgeschreven en dat de wet niet voorziet in situaties waarin inschrijving niet tot stand komt, waardoor toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd zou zijn. De Raad oordeelt dat het recht op studiefinanciering en het reisproduct gekoppeld is aan inschrijving volgens de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het hoger onderwijs. Omdat appellante niet aan de inschrijvingsvoorwaarden voldeed, had zij geen recht op studiefinanciering en reisproduct. De hardheidsclausule is niet van toepassing en omzetting van de OV-schuld in een lening is wettelijk uitgesloten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.