ECLI:NL:CRVB:2020:989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep tegen ongegrond verklaard verzet
Appellante had tegen een terugvordering van een bedrag van €1.281,- bezwaar gemaakt, dat door het college van burgemeester en wethouders van Heerlen ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in, maar slaagde er niet in tijdig de beroepsgronden in te dienen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Appellante deed verzet tegen deze uitspraak, maar ook dit verzet werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij wel tijdig beroepsgronden had ingediend en dat haar advocaat niet op de hoogte was van de verzoekbrief van de rechtbank vanwege een niet ontvangen afhaalbericht van PostNL. De Raad toetste of het wettelijk appelverbod doorbroken kon worden vanwege evidente schending van procesorde of fundamentele rechtsbeginselen.
De Raad stelde vast dat bij het eerste beroepschrift geen beroepsgronden waren gevoegd en dat de vaste rechtspraak bepaalt dat het niet ophalen van aangetekende post voor rekening van de ontvanger komt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat geen afhaalbericht is achtergelaten. Appellante maakte dit niet aannemelijk. Ook het betoog dat de rechtspraak verouderd zou zijn, bood geen grond voor doorbreking van het appelverbod.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd wegens appelverbod en wijst het hoger beroep af.