ECLI:NL:CRVB:2020:992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor terugvorderingskosten huur- en zorgtoeslag wegens te late aanvraag
Appellant had in 2009 een lening ontvangen die in 2011 werd omgezet in bijstand. De Belastingdienst stelde in 2012 het recht op huur- en zorgtoeslag vast en vorderde te veel betaalde voorschotten terug. Appellant vroeg in 2017 om bijzondere bijstand voor deze terugvorderingskosten, maar het bestuur wees dit af omdat de aanvraag te laat was ingediend en niet voldeed aan het beleid dat een aanvraag binnen zes maanden na kostenopkomst moet worden gedaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de kosten al in 2012 waren opgekomen en dat het uitstel van betaling en de latere definitieve uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak dit niet veranderden. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het uitgangspunt rechtvaardigden.
Ook de stelling van appellant dat de aanvraag als schadevergoeding moest worden opgevat, werd verworpen omdat de aanvraag duidelijk om bijzondere bijstand ging. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor terugvorderingskosten wordt afgewezen wegens te late indiening.