ECLI:NL:CRVB:2021:100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage. Tijdens de procedure nam het college op 9 maart 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het college te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens volledige tegemoetkoming aan de indiener van het beroep op diens verzoek kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad achtte het verzoek gegrond en veroordeelde het college in de proceskosten van appellant.
De proceskosten werden begroot op € 534,- voor verleende rechtsbijstand. Voor het betaalde griffierecht werd appellant verwezen naar het college. De uitspraak werd gedaan door A.M. Overbeeke in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude op 19 januari 2021.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage wordt veroordeeld tot betaling van € 534,- aan proceskosten aan appellant.