ECLI:NL:CRVB:2021:1005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid na weigering Uwv
Werkneemster is sinds 23 februari 2015 wegens persisterende idiopathische faciale pijn volledig arbeidsongeschikt verklaard. Het Uwv kende haar aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering toe, maar weigerde een IVA-uitkering op grond van het ontbreken van duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.
Appellante stelde dat werkneemster volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en daarmee recht had op een IVA-uitkering. Het Uwv baseerde zijn weigering op de mogelijkheid van een multidisciplinair behandeltraject dat verbetering zou kunnen brengen. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat een serieuze poging tot een dergelijk traject verwacht mocht worden.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de verzekeringsartsen onvoldoende onderbouwing hebben gegeven dat een multidisciplinair traject bij werkneemster nog verbetering kan brengen, mede gelet op de langdurige behandelgeschiedenis en de specifieke medische situatie. De brief van de behandelend psychiater bevestigt dat een multidisciplinair traject geen meerwaarde heeft en zelfs gecontra-indiceerd is.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en stelt vast dat werkneemster met ingang van 20 november 2017 recht heeft op een IVA-uitkering. Tevens wordt het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellante en wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Werkneemster heeft recht op een IVA-uitkering vanaf 20 november 2017 wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.