ECLI:NL:CRVB:2021:1011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks narcolepsie
Appellant, geboren in 1994, lijdt sinds 2010 aan narcolepsie en kataplexie en vroeg in 2017 een Wajong-uitkering aan. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant volgens medisch en arbeidsdeskundig onderzoek over voldoende arbeidsvermogen beschikt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat appellant ten minste een uur aaneengesloten kan werken en vier uur per dag belastbaar is, ondanks zijn aandoening. De arbeidsdeskundige stelde dat appellant basale werknemersvaardigheden bezit en taken zoals het beleggen van broodjes kan uitvoeren binnen een arbeidsorganisatie.
Appellant voerde aan dat zijn aandoening hem volledig arbeidsongeschikt maakt, mede vanwege onvoorspelbare slaapaanvallen en de noodzaak van intensieve begeleiding. Dit werd niet voldoende onderbouwd met nieuwe medische informatie. De Raad oordeelt dat het UWV de beperkingen adequaat heeft meegewogen en dat appellant niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt.
De Raad wijst ook het verzoek af om een onafhankelijk deskundige te benoemen, omdat er geen twijfel bestaat over de juistheid van de beoordeling. De afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering omdat appellant beschikt over arbeidsvermogen.