ECLI:NL:CRVB:2021:1046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging garantietoelage zonder strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Appellant was tot 1 januari 2018 werkzaam bij een gemeente en ontving een garantietoelage die het verschil compenseerde tussen een te hoog berekende toelage onregelmatige dienst (TOD) en de juiste berekening vanaf 1 januari 2016. Na zijn overgang naar 1Stroom behield hij deze garantietoelage. Het dagelijks bestuur besloot de garantietoelage te verlagen en te vervangen door een buitendagvenstervergoeding.
Appellant maakte bezwaar tegen deze verlaging, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de garantietoelage niet verlaagd mocht worden omdat bij de toekenning geen voorbehoud was gemaakt over aanpassing bij wijziging van salarisregels. De Raad oordeelde dat de garantietoelage bedoeld was als compensatie tot het oude niveau van de TOD en dat de verlaging samen met de buitendagvenstervergoeding het totaalbedrag van €259,92 per maand handhaafde.
De Raad concludeerde dat appellant hierdoor financieel niet slechter werd gesteld en dat er geen strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De verlaging van de garantietoelage naar €125,94 per maand is terecht en wordt bevestigd.