ECLI:NL:CRVB:2021:1068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening bijstandsintrekking na vrijspraak uitkeringsfraude
Appellant ontving bijstand vanaf juni 2009, welke het college bij besluit van november 2011 introk en de kosten terugvorderde. De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep verklaarden het beroep hiertegen ongegrond. Na vrijspraak van uitkeringsfraude door het Gerechtshof in 2014 verzocht appellant om herziening en schadevergoeding, maar het college wees dit af omdat het arrest geen nieuw feit vormde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stond de vraag centraal of het college tijdens de bezwaarfase in strijd met artikel 7:4, tweede lid, Awb handelde door niet alle stukken te verstrekken die betrekking hadden op de eerdere procedure. De Raad oordeelde dat deze stukken niet relevant waren voor de huidige zaak en dat het college niet onrechtmatig had gehandeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door M. van Paridon op 26 april 2021.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van de bijstandsintrekking.