Uitspraak
18 4942 PW, 21/16 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante diende bezwaar in tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor griffierecht en gaf aan een gemachtigde te hebben die de gronden zou aanvullen. De gemachtigde diende een bezwaarschrift zonder gronden in en kreeg een termijn voor aanvulling. Tijdens deze termijn stelde appellante het college in gebreke wegens niet tijdig beslissen en eiste een dwangsom.
De Raad oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat het college nog niet kon beslissen zonder de aanvullende gronden. De dwangsom is bedoeld om tijdige besluitvorming af te dwingen, maar in deze situatie leidde de ingebrekestelling tot conflicterende verplichtingen voor het college.
Omdat appellante het bezwaar aan haar gemachtigde had overgedragen en de ingebrekestelling buiten diens medeweten was gedaan, had zij geen rechtens te respecteren belang bij de ingebrekestelling. Het college was daarom geen dwangsom verschuldigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding geweigerd omdat geen dwangsom verschuldigd is.