ECLI:NL:CRVB:2021:1107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag arrangement B voor overstap naar niet substantieel bezwarende functie
Appellant, sinds 2006 werkzaam in een substantieel bezwarende functie, vroeg om toekenning van arrangement B op grond van de Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie. Dit arrangement ondersteunt ambtenaren die tussen tien en twaalf dienstjaren hebben om via scholing over te stappen naar een andere functie.
De minister wees de aanvraag af omdat de door appellant gekozen bachelor European Studies onvoldoende duidelijk bijdraagt aan de beoogde overstap, mede op basis van een overgelegde vacature en het mobiliteitsplan dat zich richtte op juridische functies waarvoor een universitaire studie vereist is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de minister in redelijkheid tot afwijzing kon besluiten omdat niet aannemelijk is dat de studie de kansen op de arbeidsmarkt substantieel vergroot. Tevens wijst de Raad erop dat appellant vrij staat om scholingsfaciliteiten aan te vragen conform de CAO Rijk. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag van appellant voor arrangement B.