ECLI:NL:CRVB:2021:1113
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorziening verhuis- en herinrichtingskosten wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van psychische invaliditeit, vroeg een voorziening voor verhuis- en herinrichtingskosten aan vanwege haar onvermogen om trappen te lopen. Verweerder erkende osteoporose als causale klacht, maar wees de aanvraag af omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk werd geacht op basis van de causale klachten.
De Raad onderzocht de medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs, die concludeerden dat geen medische noodzaak of medisch-sociale wenselijkheid voor de voorziening bestond. De lichamelijke klachten die de verhuizing noodzakelijk maakten, zoals rug- en beenklachten, waren niet causaal verbonden aan het oorlogsgeweld.
De Raad oordeelde dat de verhuizing voortkwam uit niet-causale klachten en valangst, welke niet samenhingen met de erkende psychische klachten. Daarom kon het bestreden besluit in stand blijven en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de voorziening verhuis- en herinrichtingskosten wordt ongegrond verklaard.