Uitspraak
19.2666 WUV
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene is in november 2002 gelijkgesteld met de vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) vanwege psychische klachten gerelateerd aan het omkomen van zijn vader.
In januari 2018 werd een aanvraag ingediend voor vergoeding van kosten van verblijf in een verpleeghuis. Deze aanvraag werd door de Sociale Verzekeringsbank afgewezen omdat het verblijf niet medisch noodzakelijk zou zijn vanwege de causale psychische klachten. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar.
De Raad oordeelt dat het verblijf in het verpleeghuis noodzakelijk is vanwege cognitieve achteruitgang en dementie, niet vanwege de causale psychische klachten. Het door appellanten overgelegde rapport van dr. Shewchuk bevestigt de cognitieve achteruitgang maar maakt geen uitspraak over de reden van opname.
Daarom bestaat geen direct verband tussen de causale psychische klachten en de gevraagde voorziening, zodat op grond van artikel 20 Wuv Pro de kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het verblijf in het verpleeghuis niet medisch noodzakelijk is vanwege de causale psychische klachten.