ECLI:NL:CRVB:2021:1138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde huishoudelijke werkzaamheden
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verrichtte vrijwilligerswerk bij een kringloopwinkel. Naar aanleiding van een anonieme tip startte het college een onderzoek waaruit bleek dat appellante daarnaast tegen een vergoeding huishoudelijke werkzaamheden verrichtte bij derden, welke zij niet had gemeld.
Het college herzag de bijstand en vorderde de teveel ontvangen uitkering terug, waarbij het uitging van een fictief inkomen gelijk aan het wettelijk minimumloon, omdat de vergoeding van €5 per dagdeel niet als reëel werd beschouwd. Tevens legde het college een boete van €575 op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbanken verklaarden de beroepen ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de werkzaamheden wel had gemeld en dat het werkelijke inkomen leidend moest zijn, en dat terugvordering onaanvaardbare gevolgen had.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de werkzaamheden volledig had gemeld, dat het college terecht uitging van een fictief inkomen, en dat de terugvordering en boete rechtmatig en evenredig waren. De aangevallen uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand en de boete wegens niet gemelde huishoudelijke werkzaamheden.