ECLI:NL:CRVB:2021:1159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen van Wajong-besluiten wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft in 2000 en 2009 een Wajong-uitkering aangevraagd, welke beide keren door het UWV zijn afgewezen omdat appellant toen minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. In 2016 verzocht appellant het UWV terug te komen op deze besluiten, stellende dat er nieuwe medische feiten, zoals artrose en psychische klachten, waren die een herbeoordeling rechtvaardigden.
Het UWV wees dit verzoek af na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en dossierstudie, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere oordeel konden wijzigen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de aangevoerde informatie geen betrekking had op de relevante periode en het UWV zorgvuldig en deugdelijk had gemotiveerd.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de diagnose artrose en psychische klachten reeds op jonge leeftijd aanwezig waren en dat een deskundige had moeten worden ingeschakeld. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en het UWV, oordeelde dat de medische stukken dit niet onderbouwen en dat het verzoek om een deskundige afwijzing verdient.
De Raad concludeert dat het UWV terecht geen aanleiding zag om terug te komen op de besluiten van 2000 en 2009, en dat het bestreden besluit niet evident onredelijk is. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om terug te komen op eerdere Wajong-besluiten wordt afgewezen.