ECLI:NL:CRVB:2021:1172

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 mei 2021
Publicatiedatum
20 mei 2021
Zaaknummer
20/1212 WMO15
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:26 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden appellante zonder opvolging

Appellante heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant hoger beroep ingesteld. Tijdens de procedure is gebleken dat appellante is overleden. Er is geen informatie dat erfgenamen haar als partij in het geding zijn opgevolgd of het geding willen voortzetten.

De Raad heeft, conform artikel 8:26 lid 2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, een aankondiging in de Staatscourant geplaatst om belanghebbenden de mogelijkheid te geven zich te melden. Na deze aankondiging hebben zich geen belanghebbenden gemeld die het geding willen voortzetten.

Hierdoor is het procesbelang van appellante komen te vervallen en is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 20 mei 2021.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van appellante zonder opvolging door erfgenamen.

Uitspraak

20.1212 WMO15

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 februari 2020, 19/4733 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
wijlen [appellante], in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Halderberge (college)
Datum uitspraak: 20 mei 2021
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. C. van der Ent, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Mr. Van der Ent heeft de Raad bericht dat appellante is overleden en dat er geen erfgenamen zijn althans dat daarmee geen bekendheid is.
De Raad heeft, gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant van 25 maart 2021 aangekondigd dat het onderzoek ter zitting zal plaatsvinden op 21 april 2021.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2021. Drs. F. Kaloudis, kantoorgenoot van mr. Van der Ent, is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Bruin.

OVERWEGINGEN

1. Appellante is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellante als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Ook na de aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Uit het voorgaande volgt dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep van appellante zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door D.S. de Vries, in tegenwoordigheid van R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2021.
(getekend) D.S. de Vries
De griffier is verhinderd te ondertekenen.