ECLI:NL:CRVB:2021:1175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens niet-medewerking en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen vanaf 2009 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) met onderbrekingen vanwege langdurig verblijf in het buitenland. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) voerde vanaf 2013 een meerjarig onderzoek uit naar de rechtmatigheid van deze uitkering. Appellanten vulden formulieren in en gaven een tijdelijk verblijfadres in Ankara op, maar verleenden geen toestemming voor huisbezoek en verschenen niet op een gesprek.
De Svb trok het recht op AIO-aanvulling per 1 januari 2017 in wegens het niet verlenen van medewerking. In opdracht van de Svb onderzocht het Bureau Attaché Sociale Zaken van de Nederlandse Ambassade in Ankara het mogelijk bezit van onroerend goed van appellanten in Turkije. Dit onderzoek wees uit dat appellant als belastingplichtige bekend stond bij de Turkse onroerendzaakbelasting, maar appellanten gaven geen aanvullende informatie of machtiging voor verder onderzoek.
De Svb besloot vervolgens het recht op AIO-aanvulling over de periode 2009-2016 in te trekken en betaalde bedragen terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat het onderzoek in Turkije in strijd was met het discriminatieverbod en Turkse wetgeving, en dat de Svb ongerechtvaardigd onderscheid maakte tussen groepen AIO-gerechtigden.
De Raad oordeelde dat deze nieuwe beroepsgrond te laat en in strijd met de goede procesorde was ingebracht, waardoor deze niet inhoudelijk werd behandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een verzoek om uitspraak uit te stellen tot een andere zaak werd afgewezen. Er werd geen kostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling wordt bevestigd.