ECLI:NL:CRVB:2021:1176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid college tot verrekening inkomsten met algemene bijstand bevestigd
Appellant ontvangt sinds juni 2017 bijstand op grond van de Participatiewet met toepassing van de kostendelersnorm. Naar aanleiding van een signaal over looninkomsten in september 2017 heeft de gemeente Rotterdam een onderzoek ingesteld en vastgesteld dat appellant inkomsten had ontvangen die gelijk waren aan of hoger dan zijn bijstandsnorm.
Het college heeft daarop bij besluiten van februari 2018 de bijstand over september 2017 ingetrokken en het bedrag van €580,16 in februari 2018 verrekend met de algemene bijstand. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college niet bevoegd was tot deze verrekening, verwijzend naar een eerdere uitspraak. De Raad oordeelde echter dat artikel 58 lid 4 van Pro de Participatiewet het college expliciet deze bevoegdheid geeft voor middelen ontvangen in de voorafgaande zes maanden. De eerdere uitspraak waarop appellant zich beriep, was niet vergelijkbaar omdat daar geen verrekening van eerder ontvangen middelen aan de orde was.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de bevoegdheid van het college tot verrekening van inkomsten met de algemene bijstand en wijst het hoger beroep af.