ECLI:NL:CRVB:2021:1185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen van besluit intrekken en terugvorderen AIO-aanvulling
Appellanten ontvingen sinds 2007 een aanvullende inkomensvoorziening (AIO-aanvulling) naast hun ouderdomspensioen. In 2014 meldde de Sociale verzekeringsbank (Svb) dat appellanten regelmatig in Turkije verbleven en een woning bezaten, wat leidde tot een onderzoek naar hun vermogen in Turkije. Op basis van dit onderzoek trok de Svb in 2015 de AIO-aanvulling in en vorderde het ten onrechte ontvangen bedragen terug.
Appellanten verzochten de Svb terug te komen op dit besluit, maar dit verzoek werd in 2018 afgewezen omdat de overgelegde kadastrale gegevens geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelden appellanten dat het onderzoek discriminatoir was, omdat het zich richtte op personen met een ander land van herkomst dan Nederland. De Raad oordeelde echter dat het onderzoek was gestart op basis van concrete feiten over het verblijf en bezit van een woning in Turkije en dat er geen aanwijzingen waren dat appellanten specifiek waren geselecteerd voor een discriminerend onderzoek.
De Raad concludeerde dat het beleid van de Svb om terug te komen van een besluit alleen bij onmiskenbare onjuistheid correct was toegepast en dat de afwijzing van het verzoek niet evident onredelijk was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om terug te komen van het besluit bevestigd.