Uitspraak
19 87 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek met heupklachten. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst vast dat appellant belastbaar was met beperkingen, maar minder dan 35% arbeidsongeschikt. Het bezwaar van appellant tegen de weigering van een WIA-uitkering werd door het UWV en de rechtbank ongegrond verklaard.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en voerde aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn fysieke en psychische beperkingen, dat de geselecteerde functies zijn belastbaarheid overschrijden en dat hij de Nederlandse taal niet machtig was. Tevens stelde appellant dat de maatmanomvang onjuist was vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid en dat de medische en arbeidskundige motivering voldoende was. De psychische beperkingen waren niet medisch onderbouwd en de taalbeheersing vormde geen belemmering voor de geselecteerde functies. Ook de maatmanomvang had geen invloed op het arbeidsongeschiktheidspercentage.
Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.