ECLI:NL:CRVB:2021:119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens wangedrag door versturen ongewenste seksueel getinte berichten
Appellant was sinds 1995 militair bij de Koninklijke Landmacht en bekleedde vanaf 2016 een specifieke functie bij een onderdeel. In 2017 diende een collega, M, een klacht in over het versturen van diverse seksueel getinte berichten door appellant, wat een intimiderende en onaangename werkomgeving veroorzaakte. Na onderzoek door de Commissie Ongewenst Gedrag en de Commissie Intern Onderzoek Defensie werd geadviseerd tot ontslag wegens wangedrag.
De staatssecretaris verleende op 18 juni 2018 ontslag wegens wangedrag, wat bij bezwaar werd gehandhaafd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het contact met wederzijdse instemming was en dat hij niet grensoverschrijdend had gehandeld. Tevens stelde hij dat een ambtsbericht een passende maatregel zou zijn en deed een beroep op het vertrouwensbeginsel.
De Raad oordeelde dat de gedragingen van appellant voldoende vaststonden en als wangedrag moesten worden aangemerkt. De interpretatie van appellant dat M instemde met het contact werd verworpen, mede omdat M geen seksueel getinte berichten initieerde en appellant een functionele gezagsverhouding had. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezegging tot herroeping van het ontslag aannemelijk was gemaakt.
De Raad bevestigde daarom het ontslagbesluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag wegens wangedrag van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.