ECLI:NL:CRVB:2021:1206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Indicatie banenafspraak wegens vermogen minimumloon te verdienen
Appellant, die een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, heeft bij het UWV een Indicatie banenafspraak aangevraagd. Deze aanvraag is afgewezen omdat uit onderzoek bleek dat appellant, ondanks beperkingen, in staat is een drempelfunctie uit te oefenen waarmee het wettelijk minimumloon kan worden verdiend.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van het UWV zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben de beperkingen van appellant beoordeeld en geconcludeerd dat hij geschikt is voor een productiemedewerkerfunctie, een drempelfunctie. Appellant voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij meer beperkingen had, maar dit werd onvoldoende onderbouwd.
In hoger beroep heeft appellant zijn standpunten herhaald zonder nieuwe motivering of bewijs. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het onderzoek zorgvuldig is geweest en dat appellant het minimumloon kan verdienen. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Indicatie banenafspraak bevestigd.