ECLI:NL:CRVB:2021:1247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bijstandsherziening
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd na een gesprek met de gemeente Arnhem aangehouden en gedetineerd, eerst in Nederland en daarna in Duitsland. Het college herzag de bijstand over een eerdere periode, vorderde terugbetaling en legde een boete op. Appellante maakte bezwaar, maar te laat.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank bevestigde dit. In hoger beroep stelde appellante dat haar detentie en persoonlijke omstandigheden, zoals zorgen over haar ernstig zieke moeder en kinderen, haar belemmerden tijdig bezwaar te maken. Ook wees zij op beperkte communicatiemogelijkheden vanuit detentie.
De Raad oordeelde dat appellante vanuit detentie wel contact had kunnen opnemen met een belangenbehartiger, ondanks beperkte mogelijkheden. De persoonlijke omstandigheden rechtvaardigden geen verschoonbare termijnoverschrijding. De geringe overschrijding van vier dagen maakte het collegebesluit ook niet onredelijk. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.