ECLI:NL:CRVB:2021:1249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit verzekering Wet langdurige zorg ondanks bezwaar appellant
Appellant heeft op 20 oktober 2017 een onderzoek verzekering Wet langdurige zorg (Wlz) aangevraagd bij de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Svb besloot aanvankelijk dat appellant vanaf 15 juni 2017 niet verzekerd was voor de Wlz. Na bezwaar verklaarde de Svb het eerdere besluit gegrond en stelde dat appellant per 7 november 2016 verzekerd was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond omdat appellant niet duidelijk kon maken waarom hij het niet eens was met het bestreden besluit. Appellant voerde in hoger beroep aan dat in het verleden fouten waren gemaakt door diverse instanties en dat hij zijn recht wilde halen.
De Raad oordeelde dat appellant ook ter zitting niet duidelijk kon maken waarom hij het niet eens was met het bestreden besluit. Zijn verzoek om als verzekerde te worden aangemerkt voor de Wlz vanwege de Zorgverzekeringswet werd niet betwist in de ingangsdatum van 7 november 2016. Andere aangehaalde gronden, zoals pensioenoverzicht en onjuist ingevuld ziekenfondsformulier, hielden geen verband met het bestreden besluit.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd.