ECLI:NL:CRVB:2021:1250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken ingezetenschap op 18e verjaardag
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees deze aanvraag af omdat appellante op haar 18e verjaardag niet in Nederland of een gelijkgesteld gebied woonde.
Appellante stelde dat zij op die datum in het Verenigd Koninkrijk verbleef en vroeg herziening van het besluit. Het Uwv kwam hier niet op terug en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Limburg bevestigde dit besluit.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij voldoende bewijs had geleverd van haar verblijf in het Verenigd Koninkrijk en dat alternatieve bepalingen van de Wajong 2015 toepassing konden vinden. De Raad oordeelde dat appellante geen verifieerbare gegevens had overgelegd en dat de bewijslast bij haar lag. Het verzoek om heropening van het onderzoek werd afgewezen.
De Raad concludeerde dat appellante niet gelijkgesteld kon worden met een ingezetene van Nederland en daarom niet als jonggehandicapte kon worden aangemerkt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.