ECLI:NL:CRVB:2021:1267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft een verzoek om herziening ingediend bij de Centrale Raad van Beroep. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is voor het indienen van een beroepschrift griffierecht verschuldigd, hetgeen ook van toepassing is op een verzoek om herziening op grond van artikel 8:108 en Pro 8:119 Awb. Verzoeker is bij brief van 30 december 2020 en nogmaals bij aangetekende brief van 30 januari 2021 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,- binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad oordeelt dat verzoeker in verzuim is en verklaart het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D.S. de Vries, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2021.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.