ECLI:NL:CRVB:2021:127

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 januari 2021
Publicatiedatum
21 januari 2021
Zaaknummer
20/2265 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdig indienen machtiging WIA

Mw. Thodai heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant in een WIA-zaak. De Centrale Raad van Beroep heeft haar meerdere malen verzocht om een schriftelijke machtiging in te dienen, conform artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Ondanks een eerste termijn en een tweede termijn van elk vier weken, gesteld bij aangetekende brieven, heeft zij de machtiging niet binnen de gestelde termijnen ingediend.

De machtiging kwam pas na de tweede termijn binnen, namelijk op 13 november 2020, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Er waren geen omstandigheden die het verzuim konden verontschuldigen. De Raad besloot zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep en wees een proceskostenveroordeling af.

De uitspraak werd gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier J.M. Labage, en op 21 januari 2021 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de vereiste machtiging.

Uitspraak

Datum uitspraak: 21 januari 2021
20/2265 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht
in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van
8 mei 2020, 17/2277 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mw. H. Thodai, werkzaam bij HAQ recht hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Bij brief van 7 augustus 2020 is aan mw. Thodai verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in te zenden. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Mw. Thodai heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 7 september 2020 is mw. Thodai nogmaals de gelegenheid geboden de verlangde machtiging in te zenden. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is mw. Thodai erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg kan hebben dat het (hoger) beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Mw. Thodai heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
De machtiging is op 13 november 2020 alsnog bij de Raad binnengekomen. Deze is echter niet binnen de gestelde termijn ingediend.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2021.
(getekend) J.P.M. Zeijen
(getekend) J.M. Labage
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
GdJ