Uitspraak
19 2625 PW, 19/2627 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
€ 1.068,-;
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontvangt sinds 2016 bijstand op grond van de Participatiewet. Het dagelijks bestuur heeft het recht op bijstand in 2018 opgeschort en later ingetrokken wegens het niet terugzenden van een controleformulier. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarop de rechtbank de besluiten vernietigde omdat het dagelijks bestuur niet aannemelijk had gemaakt dat het opschortingsbesluit daadwerkelijk was verzonden.
In hoger beroep stelde het dagelijks bestuur dat het opschortingsbesluit aangetekend was verzonden en overhandigde het track & trace-gegevens. De Raad oordeelde echter dat uit deze gegevens niet blijkt dat het stuk op regelmatige wijze aan betrokkene is aangeboden. De enige postbuslocatie die genoemd wordt, is die van het dagelijks bestuur zelf, en er is geen bewijs dat het stuk daadwerkelijk op het adres van betrokkene is aangeboden en niet is afgehaald.
De Raad concludeerde dat twijfel over de verzending niet ten laste van betrokkene mag komen en verwierp het hoger beroep van het dagelijks bestuur. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, de proceskosten werden aan het dagelijks bestuur opgelegd en griffierecht geheven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de intrekkingsbesluiten wegens onvoldoende bewijs van verzending.