ECLI:NL:CRVB:2021:1275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellante is bij brief van 14 februari 2020 en opnieuw bij aangetekende brief van 16 maart 2020 gewezen op de verschuldigdheid van een griffierecht van €131,-, dat binnen een bepaalde termijn betaald moest worden. Ondanks deze herinneringen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is geweest en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken op 1 juni 2021.
Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.