ECLI:NL:CRVB:2021:1278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief en aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,- binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken na de datum van de brieven. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald.
De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2021. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.