ECLI:NL:CRVB:2021:1287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate arbeidsongeschiktheid WIA en geschil over benutbare mogelijkheden
Appellante, laatst werkzaam als helpende in de zorg, meldde zich ziek met gezondheidsklachten en ontving aanvankelijk een 100% arbeidsongeschiktheidsuitkering. Na bezwaar van de werkgever werd de mate van arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld en vastgesteld op 55,89%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat onvoldoende aannemelijk was dat zij geen benutbare mogelijkheden had.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, dat de verzekeringsarts de behandelend sector had moeten raadplegen, en dat sprake was van wisselende belastbaarheid en geen benutbare mogelijkheden. Tevens stelde zij dat het equality of arms-beginsel was geschonden omdat zij financieel niet in staat was een eigen deskundige in te schakelen.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de verzekeringsarts terecht op eigen oordeel mocht varen en dat de medische informatie voldoende was om twijfel aan de conclusies te rechtvaardigen. Het equality of arms-beginsel was niet geschonden. De Raad vond onvoldoende bewijs voor geen benutbare mogelijkheden en bevestigde dat de geselecteerde functies medisch passend waren.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld op 55,89% en verklaart het hoger beroep ongegrond.