ECLI:NL:CRVB:2021:1301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV dat appellante geschikt is voor maatgevende arbeid ondanks klachten
Appellante werkte als huishoudelijk medewerker voor 20 uur per week en ontving een WW-uitkering. Na ziekmelding met lichamelijke en psychische klachten stelde het UWV op basis van medisch onderzoek vast dat zij geschikt was voor haar maatgevende arbeid. Het bezwaar van appellante tegen het besluit van het UWV werd ongegrond verklaard door de rechtbank, die het medisch onderzoek zorgvuldig achtte.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten over onzorgvuldig medisch onderzoek en haar ongeschiktheid vanwege psychische en lichamelijke klachten. Het UWV handhaafde haar standpunt dat de klachten niet zodanig waren dat zij haar werk niet kon verrichten. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de verzekeringsartsen de medische informatie uitgebreid en overtuigend hadden betrokken en dat de beperkingen van appellante niet waren onderschat.
De Raad concludeerde dat appellante op de datum in geschil in staat was haar eigen werk te verrichten, mede gezien de beperkte omvang van 20 uur per week en het ontbreken van objectiveerbare afwijkingen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellante geschikt is voor haar maatgevende arbeid.