ECLI:NL:CRVB:2021:1302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als back office medewerker, meldde zich ziek met rug- en longklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor de uitkering werd geweigerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij zwaarder beperkt was door een zenuwbeklemming en psychische klachten, ondersteund door medische stukken van haar behandelaars.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV. De medische rapporten toonden geen neurologische verklaring voor de pijnklachten en de psychische beperkingen waren reeds in de functionele mogelijkhedenlijst verwerkt. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.