ECLI:NL:CRVB:2021:1309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toegenomen arbeidsongeschiktheid na val in WIA-uitkering
Appellante, voormalig docent en leerlingbegeleider, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 68,49%.
Na een val op 27 augustus 2016 meldde zij toegenomen arbeidsongeschiktheid per 24 september 2016. Het UWV onderzocht haar op 22 juni 2017 en concludeerde dat er geen toename van beperkingen was ten opzichte van de eerdere beoordeling. Diverse medische rapporten, waaronder van een neuroloog en bekkenfysiotherapeut, werden beoordeeld, maar leidden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de medische beoordeling van het UWV zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren voor toegenomen beperkingen per datum in geschil. Wel werden vanaf 22 juni 2017 meer beperkingen vastgesteld vanwege PTSS, wat leidde tot een IVA-uitkering vanaf die datum.
Het hoger beroep van appellante slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd, waarbij het UWV de WGA-vervolguitkering ongewijzigd handhaafde op 68,49%.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WGA-vervolguitkering blijft ongewijzigd op 68,49%.