ECLI:NL:CRVB:2021:1310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake haar Wajong-uitkering. Tijdens het onderzoek ter zitting op 2 september 2020 werd het onderzoek geschorst om het UWV nader verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek te laten verrichten.
Het UWV nam op 30 november 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin het volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV reeds de kosten in de bezwaarfase had vergoed en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellante in beroep en hoger beroep redelijkerwijs had moeten maken, begroot op €2.136,-. Kosten voor reactie na zitting kwamen niet voor vergoeding in aanmerking. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 31 mei 2021.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellante ter hoogte van € 2.136,- na intrekking van het hoger beroep.