ECLI:NL:CRVB:2021:1350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing arbeidsbeperkingen
Appellante heeft een Wajong-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat de arbeidsongeschiktheid pas na het zeventiende levensjaar is ontstaan, in een periode waarin zij werkte. Na een tweede aanvraag en een verzoek om heroverweging in 2018, bleef het UWV bij haar standpunt op basis van verzekeringsgeneeskundige rapporten.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, stellende dat uit de medische stukken en het feit dat appellante een kappersopleiding succesvol heeft afgerond en langere tijd heeft gewerkt, geen aanwijzingen zijn dat zij in het zeventiende/achttiende levensjaar of de vijf jaar daarna arbeidsbeperkingen had. Appellante heeft onvoldoende onderbouwd dat zij haar opleiding en werk vanwege beperkingen niet normaal kon uitvoeren.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad oordeelt dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op de eerdere besluiten, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven tot twijfel aan de eerdere conclusies van de verzekeringsartsen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht geweigerd terug te komen op eerdere besluiten tot afwijzing van de Wajong-uitkering.