ECLI:NL:CRVB:2021:1359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling korpschef in proceskosten na gedeeltelijke tegemoetkoming in beroepsprocedure
Appellante was geplaatst in een functie bij de politie en maakte bezwaar tegen dit besluit. De korpschef verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellante beroep instelde. Vervolgens plaatste de korpschef appellante in de door haar geambieerde functie, waarmee hij grotendeels aan het beroep tegemoetkwam.
De rechtbank wees het verzoek van appellante af om de korpschef te veroordelen in de proceskosten en de vergoeding van het griffierecht, omdat het latere besluit op een andere rechtsgrondslag was gebaseerd. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de korpschef wel degelijk grotendeels aan het beroep tegemoet is gekomen en dat de enkele omstandigheid van een andere rechtsgrondslag geen bijzondere omstandigheid vormt om af te wijken van de regel dat proceskosten worden vergoed. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de korpschef tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De korpschef wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellante.