Werkneemster was sinds 2012 ziekgemeld met psychische klachten en ontving vanaf 2014 een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA, met een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 100%. In 2017 vroeg de werkgever, appellante, een herbeoordeling aan met het standpunt dat werkneemster volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en recht heeft op een IVA-uitkering. Het UWV stelde echter in 2018 dat werkneemster gedeeltelijk arbeidsgeschikt was (62,52%) en wees het bezwaar van appellante af.
De rechtbank bevestigde dit besluit, maar appellante ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens de medische rapporten van medisch adviseur en psychiater Kaymaz beoordeeld. Deze rapporten tonen ernstige beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren van werkneemster, met geen benutbare mogelijkheden tot arbeid. De Raad concludeert dat het UWV een ontoereikende medische grondslag heeft gebruikt en het besluit niet in stand kan blijven.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij ook de duurzaamheid van de volledige arbeidsongeschiktheid moet worden beoordeeld. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.