ECLI:NL:CRVB:2021:1378
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Kostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft vervolgens besloten alsnog aan de bezwaren van verzoeker tegemoet te komen, waardoor verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening heeft ingetrokken.
De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek om proceskostenvergoeding behandeld. Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan worden veroordeeld in de kosten die de verzoeker redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan verzoeker, begroot op € 534,- voor verleende rechtsbijstand. Verzoeker kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het college verhalen. De uitspraak is gedaan op 8 juni 2021 door voorzieningenrechter A.M. Overbeeke.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is veroordeeld tot betaling van € 534,- aan proceskosten aan verzoeker.