ECLI:NL:CRVB:2021:1378

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 juni 2021
Publicatiedatum
11 juni 2021
Zaaknummer
20/2368 PW-VV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:84 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft vervolgens besloten alsnog aan de bezwaren van verzoeker tegemoet te komen, waardoor verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening heeft ingetrokken.

De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek om proceskostenvergoeding behandeld. Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan worden veroordeeld in de kosten die de verzoeker redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan verzoeker, begroot op € 534,- voor verleende rechtsbijstand. Verzoeker kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het college verhalen. De uitspraak is gedaan op 8 juni 2021 door voorzieningenrechter A.M. Overbeeke.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is veroordeeld tot betaling van € 534,- aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

Datum uitspraak: 8 juni 2021
20/2368 PW-VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108, in verbinding met artikel 8:84, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 september 2019, 19/4519 en 19/4520 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. J.S. Vlieger, advocaat, bij brief 29 juni 2020 de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verzocht een voorlopige voorziening te treffen als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Bij brief van 11 augustus 2020 heeft het college verzoeker meegedeeld alsnog aan zijn bezwaren tegemoet te komen.
Namens verzoeker heeft mr. Vlieger op 17 september 2020 het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Op grond van artikel 8:84, vijfde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb kan in geval van intrekking van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de worden veroordeeld.
Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is ingetrokken omdat het college met de brief van 11 augustus 2020 volledig aan de bezwaren van verzoeker is tegemoetgekomen.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding het college te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 534,- voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan verzoeker zich rechtstreeks tot het college wenden.

BESLISSING

De voorzieningenrechter veroordeelt het college in de kosten van verzoeker tot een bedrag van € 534,-.
Deze uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2021.
(getekend) A.M. Overbeeke
(getekend) K.R. van Renswoude