ECLI:NL:CRVB:2021:1414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing AOW-aanvraag wegens termijnoverschrijding
Appellant heeft op 6 januari 2016 een aanvraag ingediend voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), welke door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) is afgewezen. Na bezwaar en herzieningsverzoek heeft appellant op 20 september 2017 een bezwaarschrift ingediend, dat echter pas op 3 oktober 2017 door de Svb is ontvangen, na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn die liep tot en met 19 september 2017.
De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens deze termijnoverschrijding, omdat appellant geen geldige reden voor de te late indiening had gegeven. De rechtbank Amsterdam heeft dit besluit bevestigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte geen inhoudelijke beslissing heeft genomen op zijn verzoek om herziening van het ouderdomspensioen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen verschoonbare reden voor de overschrijding van de bezwaartermijn gebleken, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de AOW-aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.