ECLI:NL:CRVB:2021:1425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering per 19 mei 2017 te beëindigen, omdat hij volgens het UWV geschikt werd geacht voor arbeid binnen eerder geduide functies op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
In het hoger beroep heeft appellant geen nieuwe gronden of medische gegevens aangevoerd die aanleiding geven tot een ander oordeel. De Raad onderschrijft daarom het gemotiveerde oordeel van de rechtbank en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in een openbare zitting via videobellen op 9 juni 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.