ECLI:NL:CRVB:2021:1432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toekenning proces- en schadevergoeding
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV, waarbij het bezwaar en beroep waren ingesteld tegen een besluit van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat de proceskosten van appellante voor bezwaar, beroep en hoger beroep redelijk waren en veroordeelde het UWV tot vergoeding van een totaalbedrag van €3.882,37. Daarnaast verzocht appellante om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bestuursrechtelijke procedure, die ruim zes jaar had geduurd.
De Raad oordeelde dat de redelijke termijn van vier jaar was overschreden met meer dan twee jaar, wat aanleiding gaf tot een immateriële schadevergoeding van €2.500,-. Omdat de overschrijding in de rechterlijke fase lag, werd de Staat der Nederlanden veroordeeld tot deze schadevergoeding en tevens tot vergoeding van de proceskosten van €267,- voor het verzoek om schadevergoeding.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 16 juni 2021, waarbij het hoger beroep werd ingetrokken en de genoemde vergoedingen werden toegewezen.
Uitkomst: Hoger beroep ingetrokken; UWV veroordeeld in proceskosten en Staat in schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.