Uitspraak
18.3264 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 2.403,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 172,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig manager bij een incassobureau, ontving een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Na een herbeoordeling door het UWV werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waarop de uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die haar eerdere conclusies bevestigde en enkele aanpassingen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) voorstelde. Deze aanpassingen hadden volgens een arbeidsdeskundige geen invloed op de geschiktheid voor de geselecteerde functies.
Appellante voerde aanvullende klachten aan, waaronder astma en primair lymfoedeem, maar de deskundige concludeerde dat deze geen wijziging in de belastbaarheid per datum van beoordeling veroorzaakten. De Raad volgde de deskundige en oordeelde dat het UWV-besluit, ondanks een formele motiveringsgebrek, niet onjuist was en bevestigde het bestreden besluit. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.