ECLI:NL:CRVB:2021:1445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage WIA-uitkering na auto-ongeluk
Appellant, laatstelijk werkzaam als stackerdraaier, meldde zich ziek na een auto-ongeluk in 2015 met diverse fysieke en psychische klachten. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe wegens 35,85% arbeidsongeschiktheid, later bij bezwaar vastgesteld op 36,32%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld en appellant zelfstandig algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) kan verrichten.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij niet zelfstandig ADL kan uitvoeren en dat de beperkingen onjuist zijn vastgesteld. Hij bracht medische informatie in over onder meer PTSS, depressie, paniekaanvallen en medicatiegebruik. Het UWV leverde aanvullende medische en arbeidsdeskundige rapporten.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV in hun oordeel dat appellant niet ADL-afhankelijk is en dat de medische beperkingen adequaat zijn vastgesteld. De Raad oordeelde dat de klachten en medicatiegebruik niet leiden tot extra beperkingen binnen het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies werd bevestigd. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant voor 36,32% arbeidsongeschikt is en dat de geselecteerde functies passend zijn.