Uitspraak
18.3111 WAJONG
OVERWEGINGEN
.Deze voorwaarden behoeven daarom geen verdere bespreking.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op grond van een verstandelijke handicap en gedragsproblematiek. Het UWV heeft deze aanvraag afgewezen omdat appellante volgens medisch en arbeidskundig onderzoek arbeidsvermogen bezit. De rechtbank heeft dit standpunt bevestigd en overwogen dat appellante in staat is om ten minste een uur aaneengesloten te werken en beschikt over basale werknemersvaardigheden.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij niet over arbeidsvermogen beschikt vanwege haar emotionele regulatieproblemen, de noodzaak van intensieve begeleiding en onderbrekingen tijdens haar stage. Zij stelde ook dat zij niet zelfstandig kan reizen en verwees naar een CIZ-indicatie. De Raad heeft deze argumenten onderzocht en geoordeeld dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep deze factoren hebben meegewogen en dat er geen aanwijzingen zijn voor substantiële onderbrekingen van het werkproces.
De Raad bevestigt dat appellante voldoet aan de voorwaarden voor het hebben van arbeidsvermogen volgens het Schattingsbesluit en dat er geen reden is om een deskundige te benoemen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.