ECLI:NL:CRVB:2021:1449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens ongeschiktheid functie medewerker receptie in WIA-beoordeling
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van appellante tegen het besluit van het UWV inzake haar arbeidsongeschiktheidsbeoordeling in het kader van de WIA. Na een tussenuitspraak heeft het UWV een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld, waarbij de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep concludeerde dat de oorspronkelijk geselecteerde functies niet langer geschikt waren. De beoordeling werd gebaseerd op drie functies, waaronder medewerker receptie.
Appellante betoogde dat de functie medewerker receptie voor haar ongeschikt is vanwege een overschrijding op aspect 2.8 (omgaan met conflicten), omdat zij conflicten alleen telefonisch of schriftelijk kan hanteren, terwijl de functie face-to-face conflicten vereist. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep stelde dat conflicten niet structureel voorkwamen en dat de medewerker een verwijsfunctie had.
De Raad oordeelde dat deze motivering onvoldoende was. Gezien de inhoud van de functie en de aard van de conflicten, kon niet worden aangenomen dat conflicten niet vaker voorkwamen dan in het normale dagelijks functioneren, noch dat doorverwijzing altijd mogelijk was. Hierdoor is de functie medewerker receptie ongeschikt voor appellante, waardoor onvoldoende functies overblijven voor de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het UWV op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht in hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak.