ECLI:NL:CRVB:2021:1455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was laatstelijk werkzaam als customer service medewerkster en meldde zich ziek met psychische klachten. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de geselecteerde functies niet medisch geschikt waren vanwege productiepieken en het werken met gevaarlijke machines. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de functie productiemedewerker industrie geen sprake is van veelvuldige deadlines of productiepieken en dat de snijmachine bij de functie medewerker postverzorging zodanig is afgeschermd dat deze geen verhoogd persoonlijk risico vormt.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering omdat de functies medisch geschikt zijn voor appellante.